Ballroom dansen
Het ontstaan van Ballroom-dansen
Ballroom dancing is de verzamelnaam voor 5 elegante dansen: Engelse Wals, Tango, Slow Foxtrot, Weense Wals en Quick Step. Het wordt ook wel Stijldansen genoemd, maar hier vallen ook de Latijns Amerikaanse Dansen onder. Al deze dansen zijn een doorontwikkeling van vele soorten inzichten, invloeden en achtergronden waarbij opvalt dat de Ballroom dansen redelijk vastgelegd zijn qua passen en houding. Latin dansen hebben een veel uitdagender ritme en worden ook sneller gedanst.
Ballroom dans je als een danspaar, de man en de vrouw staan tegen elkaar aan of op een kleine afstand waarbij de handen contact maken (op de schouder, in de zij). De man leidt de dans en de vrouw volgt zijn bewegingen. De heren zijn gehuld in kostuum en de dames dragen mooie jurken. De geschiedenis van de Ballroom-dansen gaat terug tot de middeleeuwse volksdansen. Het dansen in paren is voor het eerst vastgelegd in Italië aan het begin van de 15de eeuw. In de 16de eeuw onstond er in Frankrijk vanuit de hofdans het ballet. In de 17de en 18de eeuw kwam er door het hof van koning Lodewijk veel stimulans voor het uiten van (dans-)kunst in Frankrijk. Er kwamen kledingmodes met grote jurken en corsetten voor de dames. De heren droegen de voorlopers van onze "nette pakken" en liepen op schoenen met hoge hakken. De dansen werden hierdoor statig (en nogal stijfjes) uitgevoerd omdat men zich niet goed kon bewegen.
Zeker de laatste 100 jaar is alles steeds swingender geworden, en zijn de Stijldansen tot hun huidige vorm gekomen. Ook hierop zijn weer variaties gekomen, denk aan het onstaan van de Rock'n Roll. Toch is het typisch dat de Latin dansen losser en frivoler gedanst worden dan de Europese. Zo zijn er bijvoorbeeld Tango zijn bijvoorbeeld 2 vormen; de Argentijnse en de Ballroom versie.
Quickstep
De Quickstep is onstaan uit de (slow)Foxtrot. In de verfrissende jaren 20 werd de Foxtrot steeds sneller gespeeld, tot wel 60 maten per minuut.Door het snelle ritme konden diverse pasjes en figuren niet meer gemaakt worden en werden er andere bewegingen gedaan. Door de jaren heen is deze "Quick-time Foxtrot" een eigen leven gaan leiden onder de naam Quickstep.
De Quickstep is ook beïnvloed door een andere populaire dans uit de jaren 20, de Charleston, en heeft tegenwoordig een snelheid tussen de 50 en 52 maten per minuut.
De quickstep is de vrolijkste dans van de ballroomdansen. Snelheid, bewegen en draaien staan centraal in de Quick Step. Deze dans is uitgegroeid tot een van de meest gedanste dansen en behoort ook tot de Stijldansen. Het is een van de eerste dansen die je op dansles leert.
Engelse wals
De Engelse wals is een stijldans die rondom 1920 is ontstaan uit de 'Boston', waarbij de dame en de heer naast elkaar liepen. Deze dansvorm was omstreeks 1874 vanuit Amerika overgewaaid. Na de eerste wereldoorlog kwamen er vanuit de Verenigde Staten meer variaties en stijlen zoals de Tango naar Engeland, en werd er over het algemeen steeds minder stijf gedanst. De dame en de heer staan bij de Engelse Wals tegenover elkaar, en maken romantische passen over de gehele dansvloer. Typisch is het sluiten van de voeten waarbij vaak op de tenen gestaan wordt. Het ritme van de Engelse Wals is, zoals weinig andere stijlen een driekwartsmaat, en de snelheid ligt tussen de 28 en 31 maten per minuut. Tussen de tweede tel 'rijzen' de dansparters (en soms de muziek), waarna ze op de derde tel weer dalen. Wanneer met meerdere paren gedanst wordt lijkt het of de dansvloer 'golft'. Deze beweging heet 'Pendulum Swing', de gang van de pendel van een klok. Deze begint hoog en gaat omlaag, waarbij de snelheid alsmaar toeneemt. Wanneer de pendel beneden is heeft deze hoogste snelheid, en wanneer hij omhoog gaat neemt de snelheid weer af. Bovenin is het dode punt waarna de cyclus weer opniew begint.
Tango
De tango is ontstaan in Argentinië, in de ordinairste wijk van de hoofdstad Buenos Aires: 'Barrio de lasRanas'. Oorspronkelijk werd de tango in sommige kringen gezien als een ordinaire, vulgaire dans, en mocht dus ook niet gedanst worden. Ook in Europa en Amerika werd de Tango terughoudend ontvangen en werd pas na 1920 algemeen geaccepteerd. Tegenwoordig worden er twee varianten gedanst. De ballroom tango en de Argentijnse Tango.
De ballroom tango wordt gedanst op muziek in tweekwarts maat met bij-accenten. Deze dans werd oorspronkelijk in grote ballrooms gedanst en wordt nog steeds in "klassieke" dansscholen onderwezen. Daar worden ook andere klassieke dansen onderwezen, zoals de quickstep, Engelse Wals, Foxtrot, Jive, etc. De ballroom tango lijkt wel enigszins op de oorspronkelijke Argentijnse tango. In tegenstelling tot de oorspronkelijke Tango bezit de muziek een "strikt tempo" van omstreeks 30 maten per minuut. Daardoor is de dans wat vlakker en heeft deze een minder sensueel karakter. De strakke, staccato bewegingen, met name de hoofdacties van de dame, zijn kenmerkend voor de ballroom tango.
Slow Foxtrot
De Foxtrot is een stijldans die in het begin van de twintigste eeuw in Amerika is ontstaan als Ragtime. De Foxtrot groeide uit tot een populaire dans die tijdens veel gelegenheden gedanst werd.
De naam Foxtrot is afgeleid van de naam van de bedenker: Harry Fox. Hij was een ster in het Ziegfeld Follies Theater op Broadway in New York. Tijdens een show in 1914 danste hij op de destijds populaire ragtime-muziek een geheel eigen nieuwe dans, een "Trot" (drafdans). Deze Trot van Harry Fox sloeg duidelijk aan en kreeg snel veel fans.
Niet lang na de eerste uitvoering volgde een introductie aan de commissie van de ISTD (internationale standaard dans) te Londen. Met wat kleine aanpassingen werd de Foxtrot hierna door diverse dansleraren onderwezen.
Het tempo en de bewegingen staan centraal bij de Foxtrot. Het is de enige Ballroomdans waarbij de dansparen met beide voeten tegelijk los mogen komen van de dansvloer. Het accent ligt op de eerste en de derde maat.
In de verfrissende jaren 20 werd de Foxtrot steeds sneller gespeeld, tot wel 60 maten per minuut, waardoor diverse danspasjes en figuren niet meer gemaakt konden worden en er andere bewegingen gedaan werden. De lange open passen werden niet meer gedaan en men ging over op een eenvoudigere ritmische zij-sluit-zij pas (de chasse). Hierbij volgt de ene voet de andere en wordt er voornamelijk op de voorvoet c.q. tenen wordt gedanst.
